Bruno Tobback

Nieuwsartikel

De Europese industrie heeft nu vooral nood aan snelle en concrete maatregelen. Tijd dat de Commissie die nu levert.

Vandaag lanceert de Europese Commissie haar langverwachte ‘competitiviteitskompas’. “Dat de Commissie duidelijkheid geeft over wat komt, kunnen we alleen maar toejuichen. Nu is het tijd voor actie, actie, actie. En het liefst snel.

Woensdag 29 januari 2025

Een Europees competitiviteitskompas dat verder bouwt op de pijlers van het Draghi-rapport, binnen de eerste honderd dagen van het mandaat. Aan die belofte heeft de nieuwe Europese Commissie zich alvast gehouden. Het is een belangrijke eerste stap. Wat de Commissie vandaag presenteert, is de routekaart waarmee ze komende jaren de concurrentiekracht van onze industrie en de weerbaarheid van de Europese economie wilt versterken. Nu is het uitkijken naar de concrete maatregelen waarmee ze dat wilt doen.

Race winnen

De Europese Unie mag zich niet verliezen in oeverloze discussies over doelstellingen. Die zijn en blijven duidelijk. In het midden van de koers moet je niet in de omgekeerde richting beginnen fietsen. De uitdaging vandaag is ervoor zorgen dat burgers en bedrijven in Europa die race niet alleen kunnen verderzetten, maar hem ook kunnen winnen.

Decarbonisatie en competitiviteit gaan op ons continent sowieso hand in hand. We kunnen maar competitief blijven als we investeren in innovatie en onze afhankelijkheid van geïmporteerde energie en grondstoffen afbouwen. Op vlak van energie bijvoorbeeld. Vandaag is hernieuwbare energie de goedkoopste en schoonste energiebron die we hebben. En het voordeel is dat we ze zelf produceren, in tegenstelling tot dure fossiele brandstoffen uit Qatar, Rusland of de Verenigde Staten.

Volgens het kompas van de Commissie komt er binnenkort een actieplan rond betaalbare en schone energie. Dat initiatief moet er vooral voor zorgen dat we die schone en betaalbare energie, die we overigens vandaag al overvloedig produceren, ook tot bij gezinnen en bedrijven krijgen. Dat doen we door te investeren in onze energienetten, onder meer door in te zetten op betere connectiviteit van de netwerken tussen Europese lidstaten, en te zorgen voor de nodige financiële middelen om dergelijke dure infrastructuur te vernieuwen of te bouwen.

Eigen markt inzetten

Europa moet ook veel meer een markt creëren voor de producten die hier worden geproduceerd. Neem het voorbeeld van Europees staal. De properste staalfabriek ter wereld vind je vandaag in ons land. Maar wanneer we windmolens of wagens produceren, blijven we Chinees staal gebruiken, dat aan lagere normen wordt geproduceerd en onder de prijs op onze markt wordt gedumpt. Dat is niet logisch.

Hetzelfde geldt voor kritieke materialen en grondstoffen. De vraag naar grondstoffen stijgt, de toegang wordt schaarser én grondstoffen worden alleen maar duurder. Inzetten op recyclage en circulaire economie helpt om onze afhankelijkheid van die geïmporteerde grondstoffen af te bouwen. Dat is goed voor onze bedrijven, goed voor onze portemonnee en goed voor de planeet.

Complexe implementatie

Trage procedures en de complexiteit waarmee regels worden toegepast worden vaak genoemd als hinderpalen voor onze concurrentiekracht. Het klopt absoluut dat de Europese Unie en haar lidstaten moeten werken aan snellere en betere procedures. Vandaag een nieuwe technologie op de markt brengen, duurt twee keer zo lang als in de Verenigde Staten en drie keer zo lang als in China. En ook het opzetten van nieuwe projecten stokt vaak door trage vergunningsprocedures in de lidstaten. Tijd dat de lidstaten nu ook boter bij de vis geven en de bestaande procedures stroomlijnen en versnellen.

Europa moet volgens Tobback ook snoeien in de wildgroei aan uitzonderingen en verschillen in de omzetting van Europese regelgeving. Het probleem is niet dat er Europese regelgeving is. Het probleem is dat ze vaak in 27 lidstaten op 27 verschillende manieren wordt toegepast. Een bedrijf dat vandaag in België, Nederland en Duitsland actief is, moet bestaande wetgeving daardoor soms op drie verschillende manieren toepassen. Daar kost allemaal tijd, geld en mankracht.

Hoezo geen geld?

Wat nog ontbreekt in de aanpak van de Commissie is het mobiliseren van de financiële middelen om haar plannen te verwezenlijken. In zijn rapport spreekt Draghi van 800 miljard euro per jaar. Dat lijkt veel, maar we vergeten dat we in Europa vandaag al 416 miljard euro per jaar spenderen aan het aankopen van fossiele brandstoffen in derde landen. De ironie wilt dat zij vandaag die inkomsten gebruiken om te investeren in… duurzame energie. Wie durft dan nog beweren dat er geen geld is?

Ook privaat kapitaal moet worden gemobiliseerd. Een betere integratie en versterking van onze kapitaalmarkten is een begin. Maar wat investeerders nodig hebben, is duidelijkheid op lange termijn. Vandaag investeren in een nieuwe lithiummijn of technologie om lithium te recycleren, doe je alleen als je weet dat er toekomst in zit. Met andere woorden: als we ook de batterijen produceren en gebruiken waar men dat lithium voor nodig heeft. Een kompas heeft maar zin als je ook een duidelijk doel voor ogen hebt.

De tijd van de mooie woorden en de beloftes is nu wel echt voorbij. Het is tijd voor actie, actie, actie. En snel.